50 jaar Lutherse Werkweek in vogelvlucht

Categorie: Kronieken
Publicatie in: Musica Sacra nr 38
Datum: april 2000

Artikel openen in groter venster Stuur dit artikel door Dit artikel afdrukken


Was het in eerste instantie de bedoeling om een zo volledig mogelijke 'kroniek' te schrijven over '50 jaar Lutherse Werkweek', de enorme hoeveelheid materiaal dat zich daarbij aandiende was echter zo omvangrijk dat al snel duidelijk werd dat deze opzet het kader van ons tijdschrift Musica Sacra ver te buiten zou gaan. Het is een even wonderbaarlijk als interessant verhaal hoe 50 jaar lang onafgebroken de kerkmuziek tijdens soms hete zomerweken door een groep zangers is beoefend en uitgevoerd. De verslagen in oude Musica Sacra's en de oude bandopnames spreken wat dat betreft boekdelen. Het enthousiasme en de bezieling is zonder één uitzondering tijdens iedere werkweek hoorbaar en zichtbaar aanwezig geweest. Tijdens iedere week werd dàt bereikt wat kerkmuziek haar bestaansrecht geeft. Ieder verslag cirkelt dan ook om dat geheim heen dat verborgen ligt in 8 dagen intensief werken. Het is zeker nooit een gereserveerde, vrijblijvende aangelegenheid geweest. Iedereen moet zichzelf volledig inzetten, dat wordt, zonder dat het ooit uitgesproken is, als vanzelfsprekend verondersteld. De grote saamhorigheid die daardoor ontstaat is één van de dragende krachten geweest. Maar dat is het niet alleen.
Eén van de rode draden die in de verslagen telkens naar voren komt is de verwonderde constatering dat kerkmuren wegvallen, dat de verschillen tussen de kerken volledig verdwijnen en dat 'zo weer echt geloofd en gebeden kan worden' (Ds. Kees van der Horst in 1983). Vooral in de eerste jaren is de verbazing over het oecumenische aspect groot. De inspiratie die daar vanuit gaat deed velen ieder jaar dan ook weer terugkeren.

Niet alleen een volledige kroniek gaat het bestek van Musica Sacra te buiten, ook een diepere beschouwing over het fenomeen Werkweek. Willem Mudde besteedde er in 1982 voor de eerste keer in al die jaren vele pagina's aan en ondergetekende waagde in 1989 een grondige analyse. Beide artikelen zijn opgenomen in verzamelbundels: Willem Mudde, Van Kerkmuziek bevlogen, blz. 84; Hans Jansen, Relata refero, blz, 201. Hoewel de Werkweek door beide auteurs (en dirigenten) van alle kanten wordt belicht kon het eigenlijke geheim, de diepere verklaring niet helder en duidelijk aangewezen worden. Willem Mudde komt er in 1982 nog het dichtste bij als hij schrijft:

'Zodra de hindernissen van de technische moeilijkheden genomen zijn, begint zich aan de deelnemers steeds iets te voltrekken. Dan groeit er een gevoel van saamhorigheid, dat heus niet alleen op de dagelijkse omgang met elkaar berust, maar veeleer gebaseerd is op een gemeenschappelijke ervaring. En die ervaring is weer niets anders dan dat men in die evangelische kerkmuziek iets ontdekt en ontmoet waarnaar de mens zoekt en te allen tijde zoekende is geweest. Niet zomaar een gevoel van vreugde of van rust, maar een gevoel van troost en zekerheid, de zekerheid van een houvast. Om het maar kort en bondig zo te formuleren: wie een week lang zo intens met de goede evangelische kerkmuziek bezig is, haar werking ondergaat, ontdekt haar boodschap, haar plaats van herkomst, komt tot de bron van haar inspiratie, de kerk. Niet de kerk zoals we die kennen in haar alledaagse vorm, haar praktische reilen en zeilen, in haar even noodzakelijke als riskante spreken over actuele vragen van wereld en maatschappij, maar de kerk in haar boven het alledaagse gebeuren verheven gedaante'.

Het is een bijzondere omstandigheid dat de 32ste Werkweek (naar aanleiding waarvan Willem Mudde bovengenoemd artikel schreef) achteraf de laatste bleek te zijn die Mudde heeft geleid. Even bijzonder is het dat Mudde aan het slot van het programma als laatste uitvoerde Ernst Peppings motet 'O Mensch, sieh wie hier auf Erdreich die Tod wegnimmt'. Op de binnenkort uit te brengen verzamel-CD met muzikale hoogtepunten uit 50 jaar Werkweek zal dit indrukwekkende motet dan ook zeker worden opgenomen. Zoals gezegd zal hieronder geen gedetailleerde kroniek volgen. Enkele belangrijke feiten willen we echter niet voorgoed onder het stof van de geschiedenis laten verdwijnen!

Op 1 september 1951 vond in de Lutherse Kerk in Arnhem de slotuitvoering plaats van de eerste Werkweek die van 25 augustus tot en met 1 september in het Jeugdhuis van Kasteel Hoekelum te Bennekom was gehouden. Dirigenten waren de begin 2000 overleden Freek Houtkoop en de oprichter van de Lutherse Werkgroep Willem Mudde. De NCRV-radio maakte opnamen en 60 deelnemers zongen o.a. Buxtehude's cantate 'Alles was ihr tut', Kyrie en Groot Gloria van Hugo Distler en 'Turbator sed non perturbabor' van Heinrich Schütz. Ds. Allan schreef het verslag en maakte de doelstelling van de Werkweek direct duidelijk: het gaat om het leren van de nieuwe en oude kerkmuziek en het ondergaan van haar werking. Aan het eind geven we geen 'concert' maar laten wij zien wat de mogelijkheden zijn van goede kerkmuziek'. De toon was gezet! En de deelnemers bleven onafgebroken komen, in 1952 voor Fl 30,00, in 1990 voor Fl 380,00 en in 2000 voor Fl 530,00. Tot 1957 was de muzikale leiding in handen van Willem Mudde en Freek Houtkoop, daarna vormde Mudde een hecht koppel met Meti Smit Duyzentkunst-Veerman. Nog steeds werden opnames gemaakt voor de NCRV en schommelde het aantal deelnemers tussen de 50 en 60. Opvallend is dat in de eerste periode in het geheel geen kerkmuziek uit de Romantiek werd gezongen. Liturgie en Romantiek hadden in die jaren niet zoveel met elkaar op. Pas in 1969 liet Meti voor het eerst romantische muziek zingen (Brahms: O Heiland reiß die Himmel auf). Vanaf 1978 zien we regelmatiger muziek van Mendelssohn, Brahms, Reger, Rheinberger op de programma's verschijnen en weer later zelfs muziek uit romantisch katholieke hoek: Diepenbrock, Andriessen, de Klerk en Poulenc. Het hoofdbestanddeel werd toch altijd gevormd door de kerkmuziek uit de Lutherse traditie: van Johann Walter tot Ernst Pepping, van Johann Eccard tot Hugo Distler, van Heinrich Schütz tot Siegfried Reda.

Vanaf 1960 komt het aantal deelnemers regelmatig tussen de 70 en 80 te liggen en wordt er uitgekeken naar een groter en meer gerieflijk onderkomen. In 1970 en 1971 wordt de Werkweek gehouden in kasteel Well bij Bergen in Limburg, de volgende twee jaar zijn we te gast in huize Bloemendaal bij Vaals, waar we in 1973 afscheid moeten nemen van prof. P. Boendermaker, die altijd de metten en vespers had geleid en als vice-voorzitter het werk van de Lutherse Werkgroep voor Kerkmuziek vele jaren had gediend. In 1974 is het St. Willibrord-internaat in Deurne ons thuis en wordt er voor de eerste keer een langspeelplaat van de slotuitvoering uitgebracht. Ook een fraaie LP verscheen van de uitvoering van de 25ste werkweek die met een record aantal deelnemers van 130 in de Abdij van Rolduc werd gehouden. In 1976 is Deurne voor de volgende 6 jaar onze thuishaven en daalt het aantal deelnemers weer naar ca. 80. In 1977 wordt voor het eerst een motet van Jac Horde uitgevoerd (wonderbare spijziging) en is ook ondergetekende inmiddels ingezet als repetitor en begeleider. Vanaf deze jaren kan voor een groot deel ook uit eigen herinnering geput worden. Opvallend daarbij is dat de waarde van de werkweek voor mijzelf altijd hetzelfde is gebleven. Als zanger, repetitor, begeleider op vele 'Bonte Avonden' (altijd veel plezier bij het cabaret!), als cantor bij de metten en vespers (later completen), als dirigent en als organisator. De kerkmuziek blijkt altijd centraal te staan, in wat voor functie je ook bezig bent. De muziek zelf in haar sterk liturgische kader blijkt iedere keer weer de dragende en de samenbindende kracht te zijn.

Ontroerend was het afscheid van Meti op de maandagavond van de 30ste Werkweek in 1980. Zeer duidelijk heeft zij met al haar talenten een positief stempel gezet op de Werkweek en het niveau telkens omhoog getild. Dick Troost nam haar plaats in. Tussen 1980 en 1986 was de muzikale leiding verschillend van samenstelling: Naast Dick Troost, Jac Horde en ondergetekende leidde Meti nog één keer in 1986 de week, totdat vanaf 1987 Jac Horde en ondergetekende tot aan heden de muzikale leiding op zich namen. Zoals hierboven vermeld bleek de 32ste Werkweek in 1982 de laatste te zijn geweest van Willem Mudde. Onafgebroken leidde hij met een enorme vakkennis en een onnavolgbare humor de Werkweken. Talloze humoristische citaten zouden uit het geheugen en de verslagen geplukt kunnen worden, ware het niet dat zoiets op papier en 'op afstand' zijn doel helaas altijd volkomen mist.

Na 5 jaar in Blijerheide nabij Kerkrade een onderkomen gevonden te hebben, worden vanaf 1987 de Werkweken gehouden in de gastvrije en zo sfeervolle Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther. Een grote repetitiezaal en een ruime behuizing maakte het mogelijk dat het deelnemersaantal tot boven de 100 kon doorgroeien. In 1991 overleed Ds. Allan die steeds op zijn eigen specifieke wijze kleur gegeven heeft aan de Werkweek. Ds. Perla Akerboom-Roelofs volgde hem op met de woorden 'We laten je werk niet vallen' en zo gingen we met een inmiddels geheel nieuw team de 90er jaren in en legden met elkaar een stevige basis voor de toekomst. De Lutherse Werkgroep vernieuwde en verjongde zich en ontplooide nieuwe activiteiten. Hoewel de personele bezetting ondertussen geheel was gewijzigd en het gezellige en te kleine Hoekelum was ingeruild voor de luxe van een Abdijcomplex, is de opzet en de sfeer onveranderd gebleven. De verslagen blijven even enthousiast als gold het de eerste Werkweek en de verwondering over het bereikte resultaat is even groot als in de vroege jaren 50. De kracht van goede kerkmuziek zelf blijkt onaantastbaar en onuitputtelijk. Het dagschema is vrijwel onveranderd en blijkt optimaal te werken, de 'Bonte Avond' is een even noodzakelijk als ludiek element midden in de Week en het feit dat echt hard 'gewerkt' moet worden blijkt nog steeds de beste manier te zijn om je te ontspannen!

De laatste jaren lijkt het succes van de Werkweek zich tegen ons te keren. Door de ongebroken aantrekkingskracht groeit het deelnemersaantal nog steeds en ontstaat er soms een te groot koor, waardoor een doorzichtige koorklank en een zekere souplesse niet altijd direct op een eenvoudige manier bereikt kan worden. Toch hebben we nooit kwaliteitseisen willen stellen, heel bescheiden staat er op de folder dat 'koorervaring en vlot van blad zingen gewenst is', maar echte toelatingseisen worden niet gesteld. Het gaat nog steeds om de werking van de kerkmuziek, het leren kennen en het doorgeven van goede kerkmuziek, niet om het imponeren. Echte kerkmuziek wil de tekst centraal stellen, de inhoud en haar betekenis naar voren halen en zichzelf daarbij dienend opstellen. Daarvoor ontvankelijk zijn en zich daarvoor openstellen is eigenlijk de enige ongeschreven 'voorwaarde'.
Nieuwe muziek werd vaak geïntroduceerd en zal ook zeker telkens aan bod blijven komen, al is het niet de bedoeling nieuwe muziek uit te voeren alleen omdat het nieuw is. Kerkmuzikale kwaliteit blijft onze richtsnoer en zal ons ook in de komende periode veel goeds doen toekomen op de Lutherse Werkweek voor Kerkmuziek

Hans Jansen