De zon daalt in de zee (Lied 253)

Categorie Liederen uit Scandinaviƫ
Publicatie in Schiedams Kerknieuws
Datum november 2018


De zon daalt in de zee.
De duisternis valt in.
Ik loof de goede God.
Hij geeft mij dag en nacht:
mijn taak bij dag, mijn droom bij nacht.
Lied 253

In deze bijdrage over de Lutherse liederen uit Scandinavië aandacht voor het enige lied in ons liedboek dat uit IJsland afkomstig is. Historisch en cultureel gezien bestaat Scandinavië uit de ‘Noordse Raad', waartoe naast Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland ook zeker IJsland behoort. Het avondlied van de IJslandse dichter-theoloog Sigurbjörn Einarsson kan dus zonder problemen worden opgenomen in deze reeks!
Einarsson studeerde theologie en geschiedenis te Uppsala (Zweden) en voltooide zijn studie theologie te IJsland. Hij kreeg een eredoctoraat in de theologie aan de Universiteit van IJsland en de Universiteit van Winnipeg. Hij was voorzitter van de IJslandse gezangboekcommissie en tussen 1959 en 1981 bisschop van de Lutherse Kerk van IJsland. Iedere keer valt het op dat het niet de minsten zijn die in Scandinavië kerkliederen schrijven. De indrukwekkende CV van Einarsson doet niet onder voor die van de componist Thorkell Sigurbjörnsson. Sigurbjörnsson studeerde bij György Ligeti en Pierre Boulez, dè leidende componisten van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw en componeerde meer dan 350 werken, waaronder opera's, symfonieën voor groot orkest, balletten, kamermuziek en vele soloconcerten. Hij had als één van de oprichters van de groep ‘Musica Nova' een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne muziek in IJsland.
Ondanks hun zeer drukke bestaan onderkenden zij beiden het belang van het kerklied en maakten zij telkens tijd vrij om in alle rust en eenvoud hun liederen te schrijven.
De rustig voortschrijdende melodie sluit naadloos aan bij de tekst die de avond in stille meditatie bezingt. Het beeld van de ondergaande zon, op een eiland dat alleen maar door water is omgeven en de avond als een begin van weer een lange donkere Noordse nacht, wordt door de muziek geïntensiveerd door de vijf ritmisch identieke regels en de toonsoort g mineur.
De verrassing zit aan het slot waar de herhaalde tekst met twee lettergrepen wordt verlengd en in de muziek even plotseling met de toegevoegde twee lange noten in de vertraging wordt gezet. Zo krijgt het toegevoegde ‘innig' en ‘diepste' bij ‘U hebt uw schepping innig lief' en bij ‘Heel, Vader, ook de diepste wond' een onontkoombare uitwerking.
Het is jammer dat er in onze kerken weinig tot geen avonddiensten meer zijn waar deze mooie avondliederen een plaats zouden kunnen krijgen. De enige plek waar dat nu gebeurt is aan het eind van de cantorijrepetitie, als de avond besloten wordt met een lied.
Het zijn telkens mooie momenten aan het einde van de dag: de rust van de avond, er hoeft niets meer te worden opgebouwd, opgezet of opgeladen, zo'n lied is klank-geworden avondstilte.

Hans Jansen

 

 

 

Dit artikel afdrukken Stuur dit artikel door