Lied 469 Ik ben een engel van de Heer

Categorie: Liederen van Luther (Lutherjaar 2017)
Publicatie in: Schiedams Kerknieuws
Datum: december 2016

Artikel openen in groter venster Stuur dit artikel door Dit artikel afdrukken


Ik ben een engel van de Heer,
daal uit de hemel tot je neer
en breng een nieuw en mooi verhaal
dag ik vertel in mensentaal
Lied 469

Eerder zagen wij dat liefst een derde deel van Luthers nieuwe liederen geschreven was voor de kerkelijke hoogtijdagen, waarvan zes voor het kerstfeest. Luther schreef het kerstlied 'Vom Himmel hoch da komm ich her' (liedboek 469) met de specifieke bedoeling dit door kinderen te laten uitspelen. Hij wilde er zo nog een extra dimensie aan toevoegen, een soort totaal-theater dus! Kinderen betrekken bij de Bijbelse verhalen was ook in de zestiende eeuw van groot belang, spelenderwijs blijken deze verhalen veel gemakkelijker geleerd en onthouden te kunnen worden.
Luther ging bij zijn lied uit van het oude wereldse rondedanslied 'Ich komm aus fremden Landen her', dat door rondtrekkende zangers en speellieden op de marktpleinen werd gezongen als inleiding op de laatste nieuwtjes die ze gingen brengen. Hij gebruikte aanvankelijk deze speelse melodie die vooral voor kinderen zeer geschikt was, maar gaf later het lied de nu bekende, meer volwassen melodie mee toen het lied zich alom verbreidde.
'Vom Himmel hoch' is vooral door haar actualisering van het kerstverhaal geliefd geworden. Het Hodie (vandaag) in 'Hodie Christus natus est', maar ook in zo vele andere hymnen, bepaalt de gemeente telkens bij het 'hier en nu' van het evangelie. Hoe sterk actualiserend kerstliederen kunnen zijn beschrijft Ignace de Sutter in zijn boek Vijftig kerstliederen van vroeger en nu. In het lied 'Maria die zoude naar Bethlehem gaan' is de plaatsbepaling wel heel duidelijk Vlaams georiënteerd met: 'Het hagelde, het sneeuwde, het miek er zo koud, de rijm lag op de daken...' Het kerstevangelie komt zo wel heel dicht bij huis, vrijblijvende afstandelijkheid en gereserveerdheid krijgen geen kans. Zeer direct wordt de gemeente bij de tekst betrokken, het is het Kerstevangelie in een notendop. De sterke melodie leent zich uitstekend voor allerlei bewerkingen. Het is geen toeval dat grote componisten op het gebied van het contrapunt, zoals Heinrich Schütz, Johann Sebastian Bach, Johann Nepomuk David en Igor Strawinsky zich intensief met dit lied hebben beziggehouden.
De hoge, korte aanhef plaatst deze melodie bij de groep van bijvoorbeeld 'Ein feste Burg' (lied 401) en 'All Morgen ist ganz frisch und neu' (lied 375). Een groep van liederen die een sterk proclamerend en annoncerend karakter hebben. In de kerkmuziekwetenschap wordt in dit verband wel gesproken over de 'gouden octaaftoon' waarmee deze liederen beginnen. Niet aarzelend of weifelend, zoekend of vermoedend, maar klaar en helder verkondigend op de hoge c. Fraai is de woord-toon-verhouding, die vooral blijkt in de tweede en vierde regel waar de melodie zo'n duidelijk dalende richting heeft (Vom Himmel hoch!).
Kortom: een kerstlied dat nooit mag ontbreken!

Hans Jansen