Lied 898 Een vaste burcht is onze God

Categorie: Liederen van Luther (Lutherjaar 2017)
Publicatie in: Schiedams Kerknieuws
Datum: februari 2017

Artikel openen in groter venster Stuur dit artikel door Dit artikel afdrukken


Een vaste burcht is onze God
een wal die 't kwaad zal keren,
zijn sterke arm houdt buiten schot
wie zich niet kan verweren.
Lied 898

Geen ander kerklied is meer vertaald (in liefst 200 talen), van geen kerklied zijn meer orgel- en koorbewerkingen gecomponeerd en over geen ander kerklied is meer hymnologische literatuur te vinden dan over ‘Ein feste Burg ist unser Gott'. Maar ook in de klassieke muziek buiten de kerk komt dit lied veelvuldig tot klinken. Mendelssohn nam in 1830 ter gelegenheid van de gedenkdag van de Augsburgse Confessie de melodie op in zijn 5e symfonie (Reformatie-Symfonie), Max Reger laat de melodie aan het eind van zijn grootse ‘Psalm 100' met schallend koper tot klinken komen en Debussy gebruikt ‘Ein feste Burg' in zijn pianoduet ‘En blanc et noir'.
Vaak is het lied gezien als een strijdlied, gezongen bij stoere Reformatieherdenkingen, maar in diepste wezen is het een zeer persoonlijke nadichting van psalm 46. Luther schreef het tussen 1526 en 1528, een tijd met veel aanvechtingen. Luther was zo ziek (heftige galsteenaanvallen) dat hij Johann Bugenhagen liet komen om te biechten en de absolutie te vragen. De universiteit moest vanwege de pest verhuizen van Wittenberg naar Jena, Luthers pasgeboren zoontje dreigde te sterven, twee huisgenoten overleden en een volgeling van Luther, Leonhard Kaiser, werd door de inquisitie op de brandstapel ter dood gebracht. Kortom een opstapeling van veel rampspoed. In psalm 46 vond Luther troost, hij zag het geloof als ‘een vaste burcht die het kwaad kan keren'. En hij kon volhouden.
In het Lutherse leesrooster is ‘Een vaste burcht' het gradualelied op zondag ‘Invocavit', als aan het begin van de 40-dagentijd gelezen wordt over de verzoeking in de woestijn. Ook hier staat de strijd met het kwaad centraal, ook hier is er ‘een wal die de duivel op afstand zal houden'.
De melodie begint met een korte, hoge aanhef zoals bij ‘Vom Himmel hoch' (lied 469) of ‘All Morgen ist ganz frisch und neu' (lied 207), liederen die aankondigen, proclameren en verkondigen. Luther zet letterlijk hoog in met zijn lied, hij wil zo duidelijk mogelijk de tekst in de hoofden en de harten van zijn gemeenteleden leggen.
Hymnologen hebben geen duidelijk voor-reformatorisch voorbeeld van deze melodie kunnen vinden. Luther lijkt de melodie zelf gemaakt te hebben, al zijn enige sporen van dit lied wel te vinden in het liefdeslied van de troubadour Peire Vidal (rond 1200), ‘Quant hom honratz torna en gran paubreira'.
Kortom, een lied dat in het Lutherjaar 2017 op veel plaatsen tot klinken zal komen!

Hans Jansen